Redactie Strafblad
prof. mr. J.H. Crijns
prof. dr. D. Van Daele
mr. A. de Lange
mr. J.T.C. Leliveld
mr. dr. P.P.J. van der Meij
prof. dr. mr. J.B.H.M. Simmelink
prof mr. E.F. Stamhuis
mr. T.B. Trotman
prof. dr.mr. P.T.C. van Kampen

Redactiesecretaris
mr. M. Samadi

Uitgever
drs. G.J. Schinkel

De Nederlandse Mobiele Eenheid is onvoldoende identificeerbaar

Mr. C.J.J. Visser
Als Nederland blijft weigeren leden van de Mobiele Eenheid uit te rusten met een uniek nummer, zal het vroeg of laat worden veroordeeld door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM).
Eind vorig jaar veroordeelde het Europees hof Duitsland vanwege een schending van artikel 3 Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).1 Artikel 3 EVRM verbiedt foltering. Daarnaast vloeit uit artikel 3 EVRM de plicht voort effectief onderzoek te doen indien een individu een verdedigbare aangifte van politiegeweld doet.

De zaak werd aangespannen door twee voetbalsupporters van 1860 München, de heren Hentschel en Stark. Zij beweerden na een wedstrijd tegen Bayern München II te zijn mishandeld door leden van de lokale Mobiele Eenheid. De stadsderby was op voorhand al beladen en daarom zette de politie 227 agenten in.
De twee fans bevonden zich op 9 december 2007 in een vak met aanhangers dat door de Mobiele Eenheid werd geblokkeerd. Toen de blokkade werd opgeheven, liepen zij van de uitgang van het vak naar de uitgang van het stadion. Hentschel stelde tijdens die wandeling uit het niets te zijn geslagen door een lid van de Mobiele Eenheid, hetgeen hem een scheur van 3 cm in de hoofdhuid achter zijn oor opleverde. Stark meldde dat hij bij het verlaten van de tribune van dichtbij met pepperspray in zijn gezicht werd gespoten. Beide supporters deden aangifte van mishandeling tegen de politie. Zij konden niet zeggen welke agent hen mishandeld had, omdat de agenten niet identificeerbaar waren. Allebei onderbouwden zij hun aangifte met een letselverklaring. De politie deed onderzoek. Er werden bijna veertig getuigen gehoord en er werd een compilatie van het beschikbare beeldmateriaal gemaakt. Uiteindelijk besloot het Openbaar Ministerie het onderzoek te beëindigen. Er konden geen verdachten worden aangewezen. De supporters konden zich hier niet in vinden en beklaagden zich bij het Gerechtshof in München. Het hof verklaarde de klachten niet-ontvankelijk, omdat er geen verdachten konden worden geïdentificeerd.
Ook in deze beslissing berustten de supporters niet. Zij wendden zich tot het EHRM. Zij klaagden over het tegen hen gerichte geweld en over het feit dat Duitsland onvoldoende onderzoek had gedaan naar het vermeende geweld. Op het tweede punt werden zij in het gelijk gesteld. Duitsland had onvoldoende onderzoek gedaan, omdat de leden van de Duitse Mobiele Eenheid niet individueel identificeerbaar waren en er onvoldoende onderzoekshandelingen waren verricht om deze omissie te compenseren. Het EHRM verweet Duitsland dat het slechts een compilatie van de beelden had verstrekt en dat het niet de juiste getuigen had gehoord. Het hof concludeerde tot een schending van artikel 3 EVRM en veroordeelde Duitsland tot het betalen van schadevergoeding.
Belangrijk is dat het Europees hof in zijn arrest overwoog dat gehelmde politieagenten een nummer moeten dragen. Afgelopen zomer had het Europees Comité Duitsland al aanbevolen gehelmde politieambtenaren uit te rusten met een duidelijk zichtbare vorm van identificatie.2
Nederland is met Duitsland één van de weinige landen in de Europese Unie waar de Mobiele Eenheid geen nummers op de uitrusting draagt. In vrijwel alle andere Europese landen verplicht lokale wetgeving politieambtenaren zich uit te rusten met een uniek nummer.
Een discussie over dit onderwerp is in Nederland niet nieuw. Pim Fortuyn was een voorstander van een genummerde Mobiele Eenheid en in 2006 adviseerde de Nationale ombudsman om leden van de Mobiele Eenheid individueel herkenbaar te maken. Er werden Kamervragen over gesteld. Minister Remkes zag er echter niets in. Hij meende dat de veiligheid van de leden van de Mobiele Eenheid in gevaar zou komen door het dragen van een nummer met als gevolg dat de Nederlandse Mobiele Eenheid nog steeds geen unieke nummers draagt.
De discussie in Nederland is thans in Europa beslecht. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Europees Comité zijn daarover duidelijk. Nederland zou de uitrusting van leden van de Mobiele Eenheid moeten aanpassen om te voorkomen dat het net als Duitsland wordt veroordeeld door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

1. EHRM 9 november 2017, ECLI:CE:ECHR:2017:1109JUD004727415 (Hentschel en Stark/Duitsland).
2. CPT/Inf (2017), 13, par. 21.

« vorige pagina