Redactie Strafblad
prof. mr. J.H. Crijns
prof. dr. D. Van Daele
mr. A. de Lange
mr. J.T.C. Leliveld
mr. dr. P.P.J. van der Meij
prof. dr. mr. J.B.H.M. Simmelink
prof mr. E.F. Stamhuis
mr. T.B. Trotman
prof. dr.mr. P.T.C. van Kampen

Redactiesecretaris
mr. M. Samadi

Uitgever
drs. G.J. Schinkel

Het EU-Handvest: eigenheid of in harmonie met het EVRM?

Prof. mr. dr. J. Langer Sinds 1 december 2009 is het Handvest voor de grondrechten onderdeel van het primaire Unierecht. De boodschap van artikel 53 van het Handvest is duidelijk: het EVRM is de minimumnorm, maar het Handvest mag meer bescherming bieden. De relatie tussen het Handvest en het EVRM wordt gezien als harmonieus. Het HvJ EU en het EHRM spelen ook leentjebuur bij elkaar.

Maar tijden veranderen en de focus in de rechtspraak van het HvJ EU lijkt steeds meer op de eigenheid van het Unierecht te liggen. Het Advies 2/13 over toetreding van de EU tot het EVRM van 18 december 2014 laat zien dat het hof grote moeite heeft zich te onderwerpen aan het gezag van het EHRM. Een ander voorbeeld van de veranderde tijdgeest is de zaak C-601/15 (PPU J.N.) van 15 februari 2016. Op grond van de Opvangrichtlijn kunnen asielzoekers in bewaring worden genomen bij gevaar voor de nationale veiligheid of de openbare orde. De verwijzende rechter (Raad van State) vroeg het HvJ EU of die mogelijkheid strookt met rechtspraak van het EHRM, nu het EHRM had bepaald dat een asielzoeker alleen mag worden opgesloten met het oog op uitzetting. A-G Sharpston koos voor een geïntegreerde benadering waarbij het Handvest en het EVRM gelijkwaardig werden meegewogen. De aanvliegroute van het HvJ EU was anders: zonder te verwijzen naar het EVRM of de rechtspraak van het EHRM concludeerde het HvJ EU in essentie op basis van een ‘eigen’ Unierechtelijke analyse dat er niks aan de hand was.

Beide aanvliegroutes leiden ertoe dat grondrechten gerespecteerd (kunnen) worden. Toch wringt er iets. De insteek van het HvJ EU suggereert dat het Handvest de exclusieve, autonome rechtsbron is. Dit terwijl het Handvest juist een deel van de grondrechten van het EVRM, Europees Sociaal Handvest en VN-verdragen verenigt in één document. Ook maken de fundamentele rechten een integraal deel uit van de algemene beginselen van het Unierecht. Bij de invulling van deze rechten wordt juist inspiratie gezocht bij de gemeenschappelijke constitutionele tradities van lidstaten en het EVRM. Kortom, inspiratie zal ook buiten het Handvest moeten worden gezocht.
Het HvJ EU worstelt hier ook mee, want zijn rechtspraak is niet eenduidig. In de recente (Nederlandse) zaken C-270/17 (PPU Tupikas) en C-271/17 (PPU Zdziaszek) van 10 augustus 2017 over artikel 4bis van het Kaderbesluit Europees aanhoudingsbevel zoekt het HvJ EU inspiratie bij het EVRM en sluit met zijn uitleg aan bij de rechtspraak van het EHRM inzake artikel 6 EVRM. Meer duidelijkheid over de ingeslagen weg komt hopelijk met de (Italiaanse) zaak C-524/15 (Menci) over artikel 50 van het Handvest betreffende het ‘ne bis in idem’-beginsel. In zijn eerdere rechtspraak heeft het HvJ EU de door het EHRM naar voren geschoven oplossingen overgenomen, maar het EHRM heeft ondertussen zijn rechtspraak aanzienlijk gewijzigd met het arrest van 15 november 2016, nrs. 24130/11 en 29758/11 (A en B/ Noorwegen). In de zaak Menci zal het HvJ EU moeten beslissen of het de nieuwe restrictievere opvatting van het EHRM overneemt dan wel een hoger beschermingsniveau binnen de EU handhaaft. A-G Campos Sanchez-Bordona heeft het hof in zijn conclusie van 12 september 2017 meegegeven voor de eigenheid van het Handvest te kiezen. De bal ligt nu bij het hof.

« vorige pagina